Knipmode juni 2010 rok 4C: hoe doet u het?

Volgens de werkbeschrijving? Waarschijnlijk snap ik daar niks van omdat ik nooit naailes gevolgd heb. Maar da’s geen ramp, want met alleen de patroondelen komt ge er ook wel als ge een beetje logisch nadenkt.

Vorig jaar maakte ik mijn allereerste rokje volgens haar methode. Maar eerlijk, ik kan dat niet tegoei, zo ne centimeter omstrijken en dat het er dan netjes uitziet. Dus daar wilde ik iets anders op vinden. Ik las dan een beetje verder (reacties van handleidingen/tutorials lezen is vaak ook heel leerzaam!) en vond daar de reactie van ene Flavie. Ik heb dat toen eens een stuk of 300 keer gelezen en toen ik het nog niet snapte, heb ik het gewoon gedaan en het werkt en het is fantastisch, want ge moet nergens centimeters omstrijken (behalve op het allerlaatst om het beleg vast te stikken) en niks met de hand naaien.

Ge begint uiteraard wel zoals de werkbeschrijving zegt met het naaien van de neepjes (ofte figuurnaden in het mooi Nederlands) van de 2 achterste rokdelen. (het openknippen daarvan zoals op de foto hieronder is eigenlijk nergens voor nodig)

Daarvoor of daarna kunt ge dan de zijkanten van al de rokdelen zigzaggen of overlocken. Ik haat zigzaggen maar bij gebrek aan een overlock is het niet anders. Ik doe dat wel alleen aan de zijkanten die ge nog kunt zien als het rokske helemaal af is. Alles wat dan verstopt is (alles van de tailleband en het beleg dus), maakt dus wel een korte rafelingsperiode door tijdens het verwerkingsproces, maar eenmaal klaar ziet ge daar niks van.

Maar dan. Anders dan de manier van mama P. is ook dat ik eerst de zijnaden stik van de rokdelen en de zijnaden van de tailleband en pas dan zet ik de tailleband in zijn geheel aan het onderste deel van de rok. Op die manier loopt de paspel opzij mooi door. Een collega vertelde me trouwens eens dat ik zo’n brede tailleband niet tailleband maar pas moet noemen. Dus, ik ga dat vanaf nu dan maar doen.
Opgelet: doe dit alleen als je zeker weet dat de maat van je rokje juist is, je kan de zijnaden nadien niet meer innemen.

De paspelband stikken, dat doen we wel gewoon volgens de paspelbandtutorial. Met als enig verschil dat ik mijn patroon niet langs de goeie kant van de stof met krijt teken, mijn paspelband is meestal 1 centimeter breed en mijn naadwaarde ook, dus ik leg dat gewoon tegen het randje van de stof en dan komt dat dik in orde.
Als ge dat gedaan hebt, hebt ge dus 1 lange reep stof.

Vanbinnen ziet dat er dan zo uit. Ge strijkt best dat randje (die naadwaardes) al naar boven. Zo plooit ge uwe paspel langs de goeie kant automatisch naar beneden en kunt ge die onafgewerkte naden straks mooi “vangen” in uw beleg.

Nu gaan we de rits erin zetten, daarvoor moet u ook even bij mama P. kijken. (Rits met de goeie kant op de goeie kant van de stof leggen en met het blinderitsvoetje stikken.) Daarna stikt ge de naad tussen de twee achterste rokdelen dicht. (Dus eerst de rits en dan pas de naad.) Zoals ge bij mama P. kunt zien, stikt ge uw zijnaad (achternaad in feite) best dicht tot iets voorbij het onderste deel van de rits (op de foto is rechts de bovenkant van de rok en links de onderkant). Om dat laatste stukje te doen is het handig als ge uw (gewoon) ritsvoetje gebruikt. Ik zet daarvoor mijn naald uiterst rechts en stik langs de rechterkant van het voetje, zo stikt ge het makkelijkst dat laatste stukje langs de rits.

Nu kunnen we het trucje van Flavie toepassen.

Leg het beleg met de goeie kant tegen de goeie kant van de tailleband pas aan de buitenkant. Speld bovenaan vast en stik overal rond op de naadwaarde die je gebruikt (= bij mij 1 cm) maar begin en stop ongeveer 10 cm van de rits.

Nu knipt ge aan de beide zijkanten van het beleg 1 centimeter weg. Ja, dat klinkt akelig, maar het komt echt in de sjakos. Het is wel belangrijk dat ge uw patroondelen heel precies geknipt hebt. Het beleg moet in zijn geheel in principe de rits langs de beide kanten bedekken. Door er 1 centimeter af te knippen komt het beleg tot aan de rits.

Ziet ge? Ik heb het langs de linkerkant in feite een beetje te ver afgeknipt. Daarmee heb ik op het eind wat foefelare moeten doen.

Nu “trekt” ge een beetje aan het beleg en speldt ge de zijkant ervan vast aan de rits (hoe meer speldjes hoe beter). Om ervoor te zorgen dat ge de onderkant van uw beleg straks mooi kunt afwerken vouwt ge ook best onderaan het beleg een centimter om naar buiten (dus verkeerde kant naar verkeerde kant).

Bovenaan flubbert dat dan een beetje, dat komt straks in orde.

Stik met uw blinderitsvoetje het beleg aan de rits vast (dus over de verkeerde kant van het beleg). De rits zit nu tussen het beleg en de pas.

Vouw de rits nu naar de verkeerde kant van het beleg toe (dus ge plooit dat ene centimeter naar binnen in feite). Daardoor flubbert dat bovenaan niet meer.

Nu kunt ge de naad bovenaan verder dichtstikken aan beide kanten van de rok.
Dit is dan het resultaat. Aan de rits zelf moet ge dus niks meer stikken, alleen aan de bovenkant van het beleg/de pas.

Knip het hoekje (waar het pijltje op de foto staat) aan de bovenkant van de rits schuin af (x2) en keer om.

Voila, een perfecte rits! (of toch bijna, remember dat stukske dat ik teveel afknipte)
Om het rokje dan verder af te werken kunt ge uw beleg overal 1 centimeter naar binnen vouwen (goed strijken) en vastspelden langs de buitenkant van de rok. Een handig trucje is dat het paspelstiksel dat ge aan de binnenkant van de rok ziet net verstopt moet zijn onder het beleg. Als ge dan 2 mm boven uwe paspel doorstikt, stikt ge ineens uw beleg mee vast.

Als ge niet genoeg speldjes steekt, dan krijgt ge trouwens van dees soort brol. En dat kan niet, dus dat betekent losmaken en opnieuw stikken.
Doorgestikte paspel.
Nu de pas bovenaan nog eens doorstikken op 2 mm (eventueel met een verschillend kleur garen onder en boven voor een tof effect) (en nadat ge het goed gestreken hebt) en dan omzomen en klaar!