Gelukkig heb ik stalen zenuwen.

Vorige week blogde zij erover, over zelfgemaakte wanten. Ik vond dat gelijk keitof en plantte het ding op mijn pinterest-pagina. Nooit gedacht dat ik ze nu al klaar zou hebben.

Het was een keihard feit dat ik er de afgelopen maanden een beetje zielig bijliep.

Met twee verschillende wanten. Van beide paren eentje kwijt (godzijdank de juiste)! Nadat ik er eergisteren nog eens mee uitgelachen was, besloot ik dat dat probleem dringend aangepakt moest worden. Ik verzon een patroon en begon meteen driftig in mijn fleecestof te knippen. Het ding bleek te kort. Ik knipte nog eens: twee centimeter langer. Toen bleek het ding te smal, zeker als ik er nog een voering in wilde steken. Ik was dat ondertussen zo kotsbeu, dat geknip in diene fleece en had al 3 keer de stofzuigerzak volgezogen met fleecepluis. Bovendien begon de vermoeidheid keihard toe te slaan, zo naar middernacht toe terwijl ik begot om half 6 was opgestaan.

En dus zocht ik eerst mijne Zen terug. In muziek. Mijne Zen verstopt zich vaak in muziek. Ik zag deze meneer ooit live en raadt dat iedereen aan. Ik kende hem niet eens zo goed, enfin, zijn muziek, maar hij maakte elke minuut van de avond magisch. Met dit op de achtergrond, begon ik aan het derde paar handschoenen. Deze keer de goeie.

Ik maakte ze misschien wat langwerpig en smal van aard, maar dat heb ik graag. Dat ze goed aansluiten en ik ze onder mijn jas kan steken. Ik leid een fietsend bestaan, weetuwel.

Ik keek het keihard af, maar in plaats van gevoerd, zijn ze omkeerbaar. Ene kant is fleece, harige, ooit in het Kruitvat gekocht.

Andere kant is tricot, Znok-streepjes, petroleumblauw, zoals ik het graag zie. De boordstof komt van hier.

Laat de winter nu maar komen!