De Vink-jurk. En van lange leve tricot.

We gaan even terug in de tijd, gaat u mee?

Zo’n dikke twee jaar geleden ontstond mijn liefde voor de naaimachine en samen daarmee ontdekte ik het ware paradijs aan blogs en de bijbehorende onuitputtelijke inspiratiebron als het op stofjes aankomt. Stapelverliefd, ik overdrijf niet, sta-pel-ver-liefd, werd ik op de Retro Rocket Rascals van Michael Miller, mede dankzij Meisjesmama’s prachtig wikkeljurkje. Ik bestelde een meter voor ooit-eens, zoals dat wel vaker gaat en een beetje later nog anderhalve meter extra voor nog meer ooit-eens. En toen lag dat stofje daar, mooi te wezen. Af en toe ging het door mijn handen en telkens deed mijn hart een sprongetje.

Afgelopen winter kreeg ik een vriendin warm voor het stofje en mocht ik een dekentje maken voor haar dochtertje. Omdat zij het stofje toen in voorraad had, besloot ik niet aan mijn eigen verzameling te komen, maar bestelde ik nog eens anderhalve meter voor het dekentje.

Eveneens was de rakettenstof in september één van mijn voorstellen voor het winterjasje dat ik voor Liene, mijn buurmeisje, maakte. Het werd afgekeurd en tegelijk heel warm onthaald. Mijn buren, die hebben smaak, zeg dat ik het gezegd heb, want hoewel ze het jasje in dat geweldige Kokka-stofje wilden, reserveerden ze alvast een stukje raket voor zo ergens tegen het voorjaar. Een jurkje, genre Meisjesmama, zoiets moest het worden.

Omdat ik geen zin had, om zelf het patroon voor een wikkeljurk te tekenen, keek ik eens lief naar haar, wat genoeg was om het patroon voor een wikkelkleedje uit een Burda van 2004, in blogland beter bekend als de Vink-jurk, van haar lenen. Van die jurk zijn al zeer veel exemplaren gemaakt, u kan ze allen bewonderen in deze flickr-groep. (Het gaat blijkbaar om een kinderspecial van Burda, E777, patroon 640.)
Mijn collega maakte het ook nog maar pas en verzon er een beleg bij. Onder het motto “beter goed gejat dan slecht bedacht” deed ik ook van belegje stikken. Het zijn de groene streepjes van American Jane.

Het klinkt overal alsof het peanuts is om dat ding in mekaar te stikken en er is ook niet veel ingewikkelds aan, maar op de mouwen heb ik serieus gevloekt. Tot een stuk of zeven keer toe, had ik steeds een stuk mouw over aan het eind van de mouwinzet van het jurkje. Uiteindelijk was het weer van Leuvens Stiksel to the rescue en gaf zij één of andere tip met een rimpeldraad waar ik niks van snapte, maar als ik het deed werkte het! De mouwen zitten er zo ongeveer perfect in. En hier komen we bij deel 2 van de titel van deze blogpost: lang leve tricot! Ik zou mezelf een jaar geleden keihard uitgelachen hebben, als je me zou vertellen dat ik dat hier zou schrijven, maar serieus: ik hou van tricot. Dat gaat allemaal veel meer van zijn eigenste zelve.

Liene was dolenthousiast toen ze het voor de eerste keer mocht passen. Ze begon vanzelf een liedje te zingen over ruimtemannetjes en raketten en de maan. Ze wilde het niet meer uitdoen, maar gelukkig mocht ik het toch nog meenemen om om te zomen. Het kind zou er nu anders een beetje gelijk tante nonneke bijlopen.

Of dat enthousiasme er zou zijn was enigszins spannend, want een maand of wat geleden hadden wij nog volgend gesprek:

Zij: “Wanneer ga je nog eens een kleedje voor mij maken?”
Ik: “Heel binnenkort!”
Zij: “Zo hetzelfde als de vorige keer, maar dan met iets anders erop?”
Ik: “Ja hoor, het wordt een blauw kleedje, deze keer…”
Zij: “Maar er moet ook wel een beetje roze inzitten he?!”

De fotoshoot was van raprap, maar wel dolle pret. (de boosheid op de foto links boven is gespeeld, maar dat ziet u vast aan haar deugenietoogjes)

En toen ik klaar was, zei ze: nog ééntje?

Meisjes van bijna 5. ♥