De kantkloskussentas.

Ziet mij hier lopen, zei ze, met een gigantische Inno-zak in haar handen. Dat is toch geen zicht, het zou precies enigszins handig zijn als ik een stoffen zak had om mijn kussen mee te nemen naar de les. (…)

Zij is mijn mama, dat kussen is haar kantkloskussen en die les is de kantklosles (een woord voor bij de logopedist, ik zeg u).

Kantklossen, dat deed ze vroeger al, in het tijdperk voor haar vier kinders. En ik herinner mij ooit, toen er nog lange warme zomers waren, dat ik mij wel eens in de tuin zette met dat gigantisch kantkloskussen voor mijn neus omdat ik dat ook wilde kunnen. Fotografisch bewijs van dat laatste ontbreekt bij mijn weten en anders hebt u het tegoed. Beloofd.

Wel fotografisch bewijs van handwerkerige creativiteit. Het is me allicht, behalve met de paplepel, ook op genetischer wijze doorgegeven, want een week na Van Katoen zat deze foto in mijn mailbox.

Ze wist niet wat doen met het piramidetasje dat ze op Van Katoen kocht, ja. En er ontbrak een speldenkussen, for sure.

De kantklosles, dat is iets sinds dit jaar, aangezien eind juni vorig jaar het pensioen zijn intreden deed. En de verdoken vraag voor een kantkloskussentas kwam er zo ergens rond Kerst. De voorwaarden waren enkel dat hij stevig genoeg was en dat ze hem zo kon dragen dat hij net niet tegen de grond zou komen. Ik brak mijn hoofd daar dan over.

Mor allee, zoudt ge denken, zo moeilijk is dat toch niet? Ne ronde zak, hupla. Maar in mijn hoofd kwamen er allerlei extra voorwaarden bij: zo moest het ding volledig gevoerd en wilde ik geen enkele onafgewerkte naad. En er moest en zou een gigantische rits in. En tassenband die tot onderaan ging, maar daar dan verdween naar de binnenkant en er langs de andere kant weer uitkwam. Enfin.

Zij gaf mij geen deadline en anderen wel, dus de tijd verstreek en het einde van het schooljaar kwam in zicht. Ik schoot dan toch maar eens in actie en op een dubbledate met mijn oma, half juni, kon ik hem dan eindelijk overhandigen. Dat is, toen de zon nog wel eens tevoorschijn durfde komen.

Het stofje bent u misschien wel zat ondertussen, ik raak het niet beu. Het is er zo eentje dat ik niet zou gebruiken, moest ik er niet ooit 7 yard van besteld hebben.

De oma stelde haar tuin ter beschikking.

En de zak voldeed aan de voorwaarden die ik mezelf had opgelegd, zijnde:
de gigantische rits.

De tassenband die in de bodem verdwijnt en aan de andere kant weer tevoorschijn komt.

De op maat gemaaktheid.

Ritsen, ge moet daar niet bang voor zijn, mensen. Dat is zo schoon als ge dat ergens tegoei ingestikt krijgt.

En de binnenkant is properkes afgewerkt.

Alles binnenstebuiten aan mekaar en dan door het keergat. Dat ik nog bij mijn oma dichtnaaide. Ahja. Ik zal eens niet een keergat op het aller-allerlaatste nippertje dichtnaaien.
En de mama, die was content. Stevig en als ze het in haar hand houdt, komt het net van de grond, wat op deze foto volstrekt onduidelijk is, want voor de show en de schone foto was het beter als ze hem nét op de grond liet rusten. Ja, eerlijkheid siert, ik weet.

Zo kindertjes, dat was het verhaal van de gepensioneerde naaister die aan haar fulltime werkende dochter vroeg om zelf een zakomhulselding te verzinnen voor haar kantkloskussen. En laten we nu hopen dat ik wat sneller de weg naar het blogtypvenstertje vind.