Gedichtendag: Toon Tellegen.

Eens geen genaai, zie. Het is gedichtendag. U weet dat, als u misschien deze of deze of deze blog leest. Of de krant leest. Of facebookt. Ik lees graag andermans lievelingsgedichten, maar het allerliefst lees ik gedichten van Toon Tellegen. Mijn boekenkast puilt uit van zijn boeken, want oh boy, zelfs zijn proza lijken gewoon 100 gedichten na mekaar. Mijn droom is schrijven zoals hij dat kan, maar alleen hij kan dat.

Soms, een enkele keer…

Soms, een enkele keer,
met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,
lukt het iemand
om met beide armen zijn verdriet te omvatten.
Hij tilt het op
Laat de deur niet op slot zijn nu..
Hij duwt hem open met zijn knie
en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.
Kijk uit! roep hij
want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,
en doorzichtig is het nooit.
Ver weg, in een sloot of op een drassige plek
onder populieren
of achter een scheve schutting tussen autobanden,
speelgoed, resten van een vuur,
gooit hij het neer

en fluitend loopt hij terug naar huis.

Toon Tellegen,
Uit “Als wij vlammen waren”,
Querido Amsterdam 1996