Fase 1: ontkenning.

De hele wereld denkt dat ik het best goed doe zonder jou.
Maar ik doe niks zonder jou.

Ik praat over je in de tegenwoordige tijd want het is leuker om te doen alsof je elk moment kan binnenkomen en wij zien en spreken mekaar met meer regelmaat dan ooit hiervoor. Er is nog zoveel dat ik je moet vertellen dat het belachelijk is dat je dood bent en er nooit meer zal zijn. En ook nog, jij bent zowat een halve encyclopedie en ik wil daar nog zóveel van leren, het zou absurd zijn moest al die kennis nu zomaar onder de grond zitten. Of in de hemel, als die bestaat.

We doen alles samen: door de plassen stampen als het regent, genieten van de laatste zonnestralen, wegvliegen gedragen door de gure herfstwind en fietstochtjes maken door de ijzige kou met een muts op ons hoofd en handschoenen aan. En ook: in de bres springen voor anderen en onszelf keihard vergeten. En dan achteruit lopen om onszelf op te pikken om weer verder te kunnen. Lachend, we doen alles lachend. Want een dag niet gelachen is een dag niet geleefd en de mensen zouden nog kunnen gaan denken dat je dood bent.

Heel soms zijn we apart, maar dan zie ik in mijn ooghoek dat je me stiekem voorbij rijdt. In je groene Mercedes. Het raampje open en je witte haar dat uit model vliegt door de wind. Of je neemt de tram die ik nét mis, omdat de deuren al lawaai maken. Een paar seconden op mijn netvlies en dan ben je er weer vandoor. In die paar seconden lijken al mijn ingewanden van plaats te wisselen.
En als we mekaar niet zien, zorg je wel voor muziek op de radio die nergens anders dan bij jou hoort, voor zon op mijn snoet en kwetterende vogels, veel te vroeg in de ochtend.

Soms fluister je in mijn oor, want je stem is weg. Het geluid is kwijt en ik denk dat het nooit meer terugkomt. Ik graaf continu in mijn herinneringen op zoek naar, maar het is daar windstil. Behalve je lach, je lach die altijd voor een seconde stilte en dan een lachsalvo van alleman zorgt. Mensen doen lachen door te lachen, ik noem dat een kunst. En jou een kunstenaar.

En kunstenaars blijven altijd leven, altijd en ever en altijd.

Untitled-1