Werelddag van het vroeggeboren kind.

De mama’s en de papa’s, ik sta naast ze, elke dag. Wij staan naast ze, alle verpleegkundigen en vroedvrouwen die op neonatologie werken. Ik kan niet voelen hoe ze zich voelen, want ik was nooit één van hen. Ik kan alleen maar kijken en luisteren en er zijn. Getuige zijn van de meest pure en kwetsbare emoties, het is iets dat nergens anders in mijn leven zo intens en echt is. Ik sta naast ze, ik weet hoe ze zich voelen. Voor hen:

Het begint al te laat, wij weten dat. Want die eerste kostbare seconden en minuten nemen wij af en jullie zijn de tweede in de rij. Wat nog in de buik moest zitten, plakken wij vol draadjes en we prikken, de eerste keer van vaak vele. We kunnen niet anders.  Jullie eerste echte kennismaking is in ons samenzijn, wij vullen mee de ruimte, terwijl we keihard ons best doen om ruimte te geven. Wij zien de onverenigbare mix van emoties als jullie binnengerold worden: vermoeidheid, opluchting, angst, veel angst, geluk want jullie creëerden een wonder en soms ook veel verdriet, rauw echt verdriet. Niks is nog belangrijk, enkel dat hoopje liefde.

De vraag van 1 miljoen volgt vaak heel snel. Nooit hebben wij een antwoord en het ergste antwoord is altijd “langer dan jullie”. Want anders dan het altijd was, is er nu een kindje dat het ritme bepalen zal. Wij en jullie, we zullen geduld moeten oefenen en het tempo is nooit het onze, maar altijd het hunne.

Vanaf dan komen jullie terecht in een soort pararelle wereld. In het begin kunnen jullie enkel liefhebben. De zorgen te moeilijk, te intensief, jullie kindje te fragiel. Wat altijd raakt tot op het bot, is jullie angst om vast te houden. Angst om pijn te doen, angst om wat en hoe. Onze baby’s hebben een onstilbare huidhonger, voorbij elke angst, wij dragen jullie voorbij die angst en gaan dan met opgekrulde mondhoeken huiswaarts.

Jullie hebben ook huidhonger, want vanaf dan zijn jullie er elke dag. Om lief te hebben, om te voelen, om te huid op huid. Het zal zorgen voor sneller groeien, voor meer hecht contact, voor leren kennen, voor afschuwelijk veel houden van, voor stabielere parameters, voor evenwicht en balans. Wij zullen er zijn, dag en nacht: we observeren, we doen de vervelende dingen (de prikjes, de plakkertjes, de draadjes), we doen lieve dingen (de knuffels, de tutjes, de flesjes als jullie er niet zijn) maar we kunnen nooit wat jullie kunnen. Wij missen de juiste DNA sequentie.

Wij zien dat het altijd te lang duurt, dagen, weken of maanden, dat maakt niet uit. Wij zien jullie wallen, jullie droge en vaak bleke huid, wij zien hoe jullie stap zwaarder wordt met de tijd die voorbij gaat, wij zien hoe jullie geduldig proberen te blijven en soms falen, wij zien jullie angstige blik door de deur wanneer jullie jullie handen wassen en bang zijn te laat te zijn, wij zien hoe sterk jullie zijn, hoe jullie alles en iedereen opzij schuiven en maar voor één ding leven, wij zien hoe dapper jullie zijn, hoe jullie troost geven aan jullie baby terwijl wij een maagsonde plaatsen, hoe jullie hem of haar in onze handen duwen en vertrouwen hebben dat we die zoveelste verplichte bloedafname snel, kundig en liefst pijnloos zullen uitvoeren, wij zien hoe jullie elke avond opnieuw deze wereld verlaten, het ziekenhuis verlaten met een lege buik en zonder baby. Wij zullen altijd met liefde, veel liefde zorgen voor.

En dan, prematuur af, geslaagd voor het leven en klaar voor ontslag. Jullie moeten nu zelf, zonder een geruststellende monitor of woorden van ons. Fier zullen wij dag zwaaien. Niet alleen jullie baby groeide, jullie groeiden mee. Die onzekere handelingen evolueerden naar met vaste hand voor jullie kostbaarste iets zorgen. Jullie kunnen nu zelf. Jullie kunnen nu zelf.

 

 

Het is een mijnenveld, het verblijf op neonatologie.

Soms is er geen verblijf op neonatologie. Soms is leven korter dan de eerste ademteug. Sprak ik over echt en rauw verdriet, dan heeft dit geen woorden. Debby en ik, we go way back. Een jaar of tien (twaalf?) geleden en de jaren nadien waren we elke dag wij, op wat voor manier dan ook. And then life happened, maar het lijntje was nooit weg. Ze zette Joas op de wereld, blakend van gezondheid en 40 wekener zoals elke baby zou moeten zijn. Nadien kwam Lenn; hij kwam na en door HELLP (“zwangerschapsvergiftiging”) en maakte bovenstaand verhaal waar: te vroeg, veel te klein maar waanzinnig dapper. Bijna dag op dag een jaar geleden kreeg ik een berichtje, er was weer een baby’tje onderweg, 8 weken en met een pracht van een bloeddruk zou deze zwangerschap de eerste moeten evenaren. Opvolging en al ten spijt, Elva werd geboren na een zwangerschap van 29 weken die abrupt ten einde kwam door een placentaloslating als gevolg van alweer HELLP, waarbij Elva overleed in de buik van Debby. Elva zal er altijd zijn, want er wordt over haar geschreven en gepraat. Elva is het zusje van Joas en Lenn. Elva is de dochter van Debby en Tom. Elva was een prachtig meisje. Vandaag is voor Elva, vandaag is voor alle vroeggeborenen, maar vandaag is voor Elva. ♡♡♡